Zwerkbal in het kort

[Binnen de sport wordt vaak met Engelse termen gewerkt. We zetten de alternatieve termen (Engels of Nederlands) in de tekst tussen haakjes.]

Zwerkbal (quidditch) is een verplicht gemengde contactsport tussen twee ploegen van zeven spelers. Het is een unieke sport waarbij vaardigheden van onder andere rugby, handbal en trefbal gecombineerd worden. De sport wordt gespeeld op een pilvormig speelveld (een rechthoek met aan iedere zijde een doelgebied (keeperzone) in de vorm van een halve cirkel). Bij wijze van handicap moet iedere speler een ‘bezem’ (doorgaans een pvc-buis van 1m lang) tussen de benen hebben tijdens het spelen.

reglementair zwerkbalveld bij start van de wedstrijd (overgenomen uit IQA Rulebook 2016-2018: http://www.iqaquidditch.org/IQARulebook2016-2018.pdf)

reglementair zwerkbalveld bij start van de wedstrijd (overgenomen uit IQA Rulebook 2016-2018: http://www.iqaquidditch.org/IQARulebook2016-2018.pdf)

Er zijn drie soorten ballen in het spel:

  1. quaffle (slurk): De quaffle is een lichtjes afgelaten volleybal die gebruikt wordt om punten te scoren. Er is één quaffle in het spel.
  2. bludgers (beukers): Een bludger is een lichtjes afgelaten trefbal die gebruikt wordt om andere spelers aan te gooien en hen zo tijdelijk uit te schakelen. Er zijn drie bludgers in het spel.
  3. snitch (snaai): De snitch is een tennisbal in een sok die met velcro aan de achterkant van de short van de snitch runner (snaairenner) bevestigd wordt. De snitch runner is een onpartijdig persoon die ervoor moet zorgen dat de snitch niet gevangen wordt. Er is één snitch in het spel.

Er zijn vier soorten spelers:

1. chasers (jagers): De chasers (3 in iedere ploeg, witte hoofdband) trachten doelpunten te maken door de quaffle door een van de drie doelringen van de tegenstander te krijgen. Doelringen bestaan uit rechtopstaande hoepels op palen van drie verschillende hoogtes. Er mag zowel langs de voorkant als langs de achterkant van de doelringen gescoord worden. Een doelpunt is 10 punten waard, ongeacht de hoogte van de doelring.

Foto: Quidpic.be

Een chaser in actie. Foto: Quidpic.be

2. beaters (drijvers): De beaters (2 in iedere ploeg, zwarte hoofdband) proberen tegenstanders tijdelijk uit te schakelen door hen aan te gooien met een bludger. Een speler die wordt aangegooid verliest onmiddellijk balbezit en mag pas weer deelnemen aan het spel na het aantikken van de eigen doelringen. Een uitgeschakelde speler moet tot het aantikken van de bezem afstappen.

Een drijver in actie. Foto: Quidpic.be

Een beater in actie. Foto: Quidpic.be

3. keepers (wachter): De keepers (1 in iedere ploeg, groene hoofdband) verdedigen de doelringen. Een keeper heeft immuniteit in het doelgebied. Vaak fungeert een keeper als een vierde chaser.

Een wachter in actie. Foto: Quidpic.be

Een keeper in actie. Foto: Quidpic.be

4. seekers (zoekers): De seekers (1 in iedere ploeg, gele hoofdband) trachten de snitch te vangen door de snitch runner de snitch sock (snaaisok) afhandig te maken. De snitch catch (snaaivangst) is 30 punten waard en beëindigt de spelperiode.

Een zoeker in actie. Foto: Quidpic.be

Een seeker in actie. Foto: Quidpic.be

Zin om het volledige reglement te lezen? Klik hier voor de recentste versie.